Weer weten waarom ik het doe

Heel lang geleden zat ik eens te kijken naar dr. Phil. Hij had het over “payoffs” en hoe dat in elkaar stak. Die uitleg is eigenlijk altijd wel blijven hangen, maar tot voor kort was het me niet geheel duidelijk wat voor impact het heeft.

Vandaag, nadat ik een paar dagen heb gefietst in de Bourgogne, ben ik toch nog eens gaan opzoeken hoe het volgens die dr. Phil precies zat.

Levenswet # 3: Mensen doen wat werkt.

Strategie: Identificeer de uitbetalingen die je gedrag aanstuwen.

Zelfs het meest destructieve gedrag geeft een beloning. Als het destructieve gedrag in kwestie je totaal niets oplevert van waarde voor jezelf, zou je het namelijk niet doen.

Je moet dus begrijpen waarom je iets doet en wat je eruit haalt voor jezelf, voordat je het kan veranderen.

In mijn vorige post schreef ik al dat ik een beetje de drive kwijt was om door te zetten met mijn hele “afvalavontuur”. Bijna 30 kilo eraf voelde “goed genoeg”.

De laatste keer dat ik op dit gewicht zat, is ruim 10 jaar geleden.

Dus om na 10 jaar eindelijk weer deze bewegingsvrijheid, energie en kracht te voelen, is voor mij al zo´n openbaring, dat het moeilijk is om voor te stellen dat ik me nóg beter kan voelen. Ik voel me zo veel energieker, sterker, beter en gezonder dan een half jaar geleden, dat het nu eigenlijk wel “goed voelt”.

Van de week kreeg ik het dus ineens op mijn heupen.

Ik wist dat ik iets moest doen om weer te voelen dat ik nog lang niet mijn doel heb bereikt. Het moest weer 100% duidelijk worden in mijn hoofd, dat overeten mij op langere termijn niet gelukkig maakt.

Want ik geloof dat het daar nog steeds een beetje fout ging. Minder calorieën binnenkrijgen dan je verbruikt mag dan wel de sleutel zijn tot gewichtsverlies, de échte sleutel zit hem in het voorkomen dát je die calorieën zomaar binnenschept.

Ik ben namelijk nog lang niet op het punt waar ik mezelf kan permitteren “af en toe” van mijn gezonde gewoontes af te stappen.

Als ik dat doe ga ik namelijk zo over de schreef en sla dan zo vreselijk door dat ik veel te makkelijk terugval in mijn oude gewoontes. (Dat moeten toegeven is trouwens een behoorlijke stap.)

Gelukkig dat ik zo aan het sporten ben gegaan en me daar doelen heb gesteld dat de schade redelijk beperkt wordt.

Maar het blijft destructief gedrag waar ik doorheen moet werken en onder controle moet krijgen, wil ik ooit echt een voor mij gezond gewicht halen.

Dus van de week ben ik gaan fietsen.

Alleen.

In een omgeving die een zwaardere uitdaging zou vormen dan die ik hier in de buurt vinden kan. Ik ben de heuvels en bergen gaan opzoeken.

Niet vanwege de uitdaging zelf, maar omdat ik weer goed moest voelen hoe zwaar het is als je veel overgewicht mee moet sjouwen.

Ik moest voelen dat het kortstondige geluksgevoel van overeten totaal niet in verhouding staat met wat overgewicht met me doet.

Dus de eerste morgen begon ik aan mijn tocht langs het kanaal om een beetje op te warmen. Het was vroeg en er was bijna niemand op de weg. Het zonnetje was al op en scheen langs de bomen, het water schitterend door het licht.

Ik voelde me geweldig, energiek en krachtig, terwijl ik daar op mijn fietsje kilometer voor kilometer door het prachtige landschap zoefde.

Het was tijd om met dat gevoel in mijn achterhoofd de heuvels in te gaan. Nou moet je weten dat ik pas 5 weken mijn racefietsje heb en nog helemaal geen ervaring heb met klimmen of wat daar voor door mag gaan. Dus ik voelde me behoorlijk opgewonden en gespannen, niet wetende wat nog ging komen.

Ik reed een typisch Frans dorpje door waar het zalig rook naar verse warme croissants en het begon al wat warmer te worden. Terwijl ik het dorpje uitreed zag ik de weg voor me lichtjes omhoog gaan.

Ik schakelde terug en bleef rustig doortrappen. Dat ging makkelijk! Ik was zowaar aan het klimmen! Veel begroeiing aan beide kanten van de weg en een meter of honderd voor me zat een bocht. Ik trap rustig verder al voel ik wel de glooiing wat steiler worden. Mijn ademhaling begint wat te versnellen maar het is nog goed te doen.

Als ik door de bocht kom zie ik ineens een lange weg voor me. Je kan niet meer van een zachte glooiing spreken en mijn adem stokt. Ik schakel verder terug en probeer zo rustig mogelijk door te trappen. Het wordt zwaarder en zwaarder.

Het zweet breekt me uit en ik voel de druppels langs mijn gezicht glijden. Mijn onderarmen glimmen in de zon en mijn ademhaling is onderhand duidelijk hoorbaar.

De heuvel is compleet verlaten, de enige die de rust verstoort ben ik, met mijn fietsje en mijn gehijg. Als het kon zou je mijn beenspieren horen knarsen terwijl ik zo goed en kwaad als ik kan de weg probeer omhoog te fietsen.

Ik kan niet meer terugschakelen en het enige dat ik nog kan doen is rustig door blijven trappen, zorgen dat mijn benen door blijven bewegen. Het lijkt of de weg langer wordt in plaats van korter. Na een tijdje kom ik dan toch bij de bocht aan waar ik dacht dat de heuvel ophield.

Pas als ik er bijna ben zie ik dat de weg gewoon verder omhoog door gaat en ik besluit even te stoppen om “van het uitzicht te genieten”. In werkelijkheid ben ik kapot. Mijn ademhaling gaat zo snel dat ik hard sta te hijgen, mijn hart klopt in mijn keel.

Het is overduidelijk dat ik nog lang niet ben waar ik wil zijn. 25 Kilo extra een berg opslepen is niet mijn idee van fun. Al dat “lekkere (over)eten” is het niet waard om me zo klote te voelen als ik me nu voel.

Als ik naar beneden kijk, zie ik de weg waar ik net omhoog ben gefietst glooiend door het landschap gaan. Er springt een traan in mijn ogen, in mijn gedachten is het de weg die ik afgelopen half jaar heb afgelegd. De weg die er voor heeft gezorgd dat ik sta waar ik nu ben.

De weg die achter me ligt...

De weg die achter me ligt…

Maar als ik de bocht door kijk, zie ik een zelfde stuk weg omhoog gaan. En wil ik straks thuis aankomen, dan moet ik daar nog omhoog.

Mijn ademhaling is inmiddels weer op een normale snelheid en ook mijn hartslag is weer rustig. Het is tijd om verder te gaan en door te zetten. Ik móet omhoog.

Wat er ook gebeurt, ik wil niet omdraaien.

Ik stap op en merk dat het eerste stuk redelijk makkelijk gaat. Vasthouden die gedachte, zolang als het kan. Mijn benen gaan rond, en beetje bij beetje ga ik omhoog. Mijn ademhaling begint weer te versnellen, maar ik probeer zo rustig mogelijk diep adem te halen en te focussen op de cadans. Doortrappen. Door blijven gaan. Het is de enige manier om boven te komen en mijn doel te bereiken.

Als ik dan uiteindelijk boven ben, hijgend en uitgeput, voel ik met trots. Mijn eerste heuvel is beklommen. Dat kan niemand me meer afnemen. Als ik een paar uur later thuis kom en mijn gegevens op Strava zet, zie ik dat ik zelfs een QOM heb “gepakt”. Niet tijdens de klim, maar tijdens de weg terug naar huis langs het kanaal.

De volgende ochtend voel ik mijn beenspieren dus besluit ik lekker langs het kanaal te gaan fietsen zonder te klimmen. Het heeft wel wat, gewoon doortrappen zonder al te veel na te denken.

Op de weg terug, kom ik langs een parkeerplaats waar we vorig jaar hebben geparkeerd om een fietstochtje te beginnen. Ik kan me nog goed herinneren hoe vreselijk ik me toen voelde tijdens het fietsen over een vals plat. Dat ik wel 3 keer buiten adem heb gestaan, de derde keer met tranen in mijn ogen en zo vreselijk kwaad op mezelf, dat ik me zo had laten gaan.

Ik moest gewoon dat zelfde stuk nog eens rijden om te voelen hoeveel makkelijker het nu zou gaan. Zodra ik bij dat punt ben aangekomen ga ik even stil staan, kijkend naar de weg voor me.

IMG_2836

Vals plat krijgt me deze keer niet meer kapot

 

Het stelt eigenlijk weinig voor, deze keer kan ik inderdaad gewoon omhoog. Zonder te stoppen. Zonder kapot te gaan. Zonder tranen.

Blij vervolg ik mijn weg naar huis, het is genoeg voor vandaag.

Maar toch, ergens op die 60 kilometer is de gedachte in mijn hoofd gekomen, dat ik nog een stapje extra moet zetten.

Ik moet me verder pushen en echt tot het naadje gaan. En beetje bij beetje begint de gedachte aan het beklimmen van Les Trois Croix vaste vormen aan te nemen.

Nou is Les Trois Croix voor een ervaren klimmer natuurlijk een eitje.

Met maar 6 kilometer fietsen, 300 meter omhoog, zal een ervaren klimmer het zien als een opwarmertje. Maar voor mij is het toch echt een hele berg.

Kijkend naar het weerbericht, zie ik dat áls ik die berg omhoog wil, ik het die middag nog moet doen, de dagen erna worden te wisselvallig.

Dus een aantal uur later zit ik weer op mijn fietsje, deze keer richting Montagne des Trois Croix. De eerste 3 kilometer is een goede opwarming met een gemiddelde van 4% stijging. Het is warm en benauwd en al snel sta ik helemaal in het zweet. Ik trap verder in de wetenschap dat het aller ergste nog moet komen. Dan word ik ingehaald door een jongen op een mountainbike, toevallig dezelfde Rockrider die ik heb.

Met alle gemak van de wereld draait hij zich om in het zadel, al klimmend, en begint tegen me te praten in het Frans. Ik versta er geen hout van. Ik wil het ook helemaal niet verstaan. Ik wil niet praten, kán niet praten, want mijn ademhaling gaat weer goed te keer.

Wie weet vraagt hij me of ik ie een ambulance moet bellen. Of of hij me een zetje omhoog moet geven. Ik heb werkelijk waar geen flauw idee, ik wil alleen maar dat hij doorfietst en me alleen laat met mijn gehijg en gesteun. Met het kleine beetje lucht dat ik nog overheb pers ik er een “je ne parle pas francais” uit, waardoor hij me eindelijk met rust laat.

Ik kom aan in Dezize-les Maranges, waar dan de “echte” klim begint. Het is een klein dorpje met een nog kleinere straat die meteen van het begin af aan steil omhoog gaat. Ik had gehoopt op een verlaten weg, zodat ik mijn kruistocht geheel alleen kon doorploeteren. Maar niets is minder waar. In de huizen hoor ik mensen praten en op een klein pleintje staat een groepje oude mannen te roezemoesen met elkaar.

Al na een paar meter heb ik compleet terug geschakeld naar het laagste verzet en weet dat ik zo de rest van de 3 kilometer omhoog moet gaan. Het worden de langste drie kilometer van mijn leven lijkt het wel. Doordat het weggetje door het dorp gaat, kun je niet zien hoe ver je nog moet. Dus ik trap van bocht naar bocht, tussen de huizen door, hopend dat er verder niemand meer op straat loopt.

Op sommige punten val ik bijna stil, mijn benen komen gewoon niet meer rond.

25 Kilo 25 Kilo 25 Kilo…het blijft door mijn hoofd galmen. “Zou je nou die extra 25 kilo er niet af willen?!”

Ik kon me al die tijd niet inbeelden hóe ik er uit zou zien met een gezond gewicht, maar nu, hijgend en kreunend, met een knalrode kop en mijn hart in mijn keel, kan ik voelen hoe veel makkelijker het zou zijn zonder al dat extra gewicht dat ik meesleep.

Ik wil niet stoppen. Ik wil niet stil staan. Maar als ik bijna het dorpje uit ben, kán ik gewoon niet meer. Na maar 1 kilometer ben ik totaal kapot. Ik sta stil, gebogen over mijn stuur, hijgend alsof het mijn laatste adem is. Allerlei gedachten gaan door mijn hoofd. Ik kijk naar de weg voor me. Ik móet omhoog. Ik moet het gewoon halen.

Dit lijkt zo niet steil, maar bleek achteraf tegen de 10% aan te zitten.

Dit lijkt zo niet steil, maar bleek achteraf gewoon over de 10%  te zitten.

 

Uiteindelijk is het me gelukt. Ik heb me naar boven geknokt en kunnen genieten van een geweldig uitzicht. Maar vooral even kunnen genieten van het gevoel niet te hebben opgegeven.

Wetend dat ik zoveel meer kan, dan ik nu denk te kunnen.

En ik weet dat die 25 kilo er ook vanaf gaan.

Die moeten eraf.

Ik wil niet meer worden tegengehouden.

10 Kilo overgewicht schijnt 15% meer kracht te kosten op een klim… kun je nagaan hoe die 25 kilo me nu tegenhouden.

Bovenop les Trois Croix, na een klim van 300 meter.

Bovenop les Trois Croix, na een klim van 300 meter.

 

Mijn fietsje verdient een erepodium, hard gewerkt vandaag!

Mijn fietsje verdient een erepodium, hard gewerkt vandaag!

 

IMG_2879

Op de weg naar beneden zag ik pas hoe steil ik écht omhoog was gegaan terwijl het wel mee leek te vallen op het oog.

Ik begreep meteen waarom ik met samengeknepen billen, al remmend aan het afdalen was…

Doodeng vond ik het, het gevoel helemaal geen controle te hebben, alsof m´n fiets onder me weg reed, alleen.

Note to self: Bij de volgende impulsieve bui moet ik er voor zorgen dat mijn remmen wél 100% in orde zijn, zeker als ik besluit te klimmen.

 

Eén ding staat echter vast.

Volgend jaar kom ik hier terug om de Trois Croix omhoog te gaan, zónder tig keer te moeten stoppen. En wie weet kom ik die jongen weer tegen op zijn Rockrider en kan ik hém een zetje omhoog geven.