Starten opgeven doorgaan stoppen whatever

mojo-lost Ik ben de laatste tijd geloof ik mijn Mojo kwijt.

Gewoon, zomaar.

Ik had echt geweldige zin om te gaan verhuizen, een “nieuwe start”, een “fris begin” weer maar eigenlijk gaat het leven gewoon door.

Eigenlijk meteen al na de verhuizing ben ik op zoek gegaan naar een nieuw plekje om te spinnen, want dát was mijn Mojo.

Klote humeur? Uurtje spinnen en het was eruit getrapt. Moe? Effe knallen en ik zat weer vol energie. Teneergeslagen of anders niet zo lekker in mijn vel? Keihard zweten op de muziek en mijn ogen straalden weer.

Ik geloof dat ik in anderhalf jaar niet 1 uur heb gespind met een rot gevoel. Niet 1 les heb gehad waarvan ik triest of humeurig ben geworden. Of dat ik dacht, huh, wát moeten we doen? Het niet een keer heb meegemaakt dat ik dacht, mijn hemel, wat doe ik hier?

Vanaf het allereerste moment dat ik op die spinfiets plaats nam, was het alsof het klikte. Niets geen mega geweldige installaties, geen hippe nieuwe fietsen, geen uitzinnige decoratie. Gewoon een klein donker zaaltje, met knal muziek en disco-lichten en een instructeur die je meesleepte en aanspoorde alles te geven wat je op dát moment kon geven.

Toen het duidelijk werd dat we gingen verhuizen, was mijn eerste gedachte: “Kut, en mijn spinnen dan?!

Maar dat is natuurlijk geen reden om níet te verhuizen. Om niet verder te gaan. En naarmate de dag dichter bij kwam, begon ik alle voordelen van deze verhuizing te zien. Ons eigen plekje. Meer tijd samen. Mega geweldig trainingsgebied om beter te leren fietsen.

En ik dacht dat ik vast en zeker wel ergens een plekje zou vinden.

Twee weken later en meerdere sportscholen uitgeprobeerd ben ik nog niet op het punt om met zekerheid te zeggen dat ik zo´n plekje inderdaad ergens vind. Na de allereerste keer “op een ander” (of eigenlijk “2 anderen”, want ik had de kans twee proeflessen achter elkaar mee te doen) zat ik met tranen in de auto op weg naar huis.

Wat een mega tegenvaller. Ik had twee uur lang zitten frutten.  Een andere, in mijn ogen, rare lesopbouw. Leraren die niet echt duidelijk aangaven hoe, wat en hoe lang. Wat vreemde overgangen die niet bij de muziek hoorden en oefeningen die niet helemaal lekker liepen voor me. In een sportschool waar indoor cycling een ondergeschoven kindje leek te worden. Tijdens de rondleiding werd me namelijk verteld dat ze eerst de grootste en mooiste spinzaal van Nederland hadden maar dat de interesse zodanig terug liep dat de fietsen nu in een kleiner zaaltje stonden waar ze gelukkig sinds kort ook wat airconditioning hadden.

20 Minuten in de auto naar huis waren lang genoeg om me te herpakken en bedenken dat ik gewoon even zou moeten wennen en dat het wel goed zou komen. En echt, de instructeurs waren zeker wel enthousiast, maar ik was het anders gewend natuurlijk. Maar een ontheemd gevoel begon aan me te knagen.

Een andere sportschool, nieuwe kansen. En weer overkwam me hetzelfde. Een vreemde opbouw, oefeningen die niet lekker leken te lopen en onduidelijk hoe lang je precies wat moest gaan doen, zodat ik op een gegeven moment gewoon niet meer vol erin kon gaan.

Nog eentje… nog eentje… de ene wat beter, de andere wat minder.

De twijfel begon nu echt toe te slaan.

Dan maar verder van huis, de sportscholen in de nabij gelegen dorpen bezoeken. Niet een erg geweldige optie, zeker niet gezien het aantal keren per week dat ik graag weer zou willen spinnen, maar dat moest dan maar.

Gisteravond ben ik voorlopig voor het laatst geweest.

Na een heel fijne les (bedankt Brigitte!) en een goed gesprek, heb ik besloten er even mee te stoppen.

Niet helemaal, want ik heb me al opgegeven voor een spinmarathon in oktober, maar wel even met het volgen van lessen. Ik wil niet op die spinningbike zitten en nét niet dat gevoel hebben.

Ik zit té vast in een bepaald verwachtingspatroon.

Niet alleen van hoe het moet zijn, continue meetellend, oplettend op handposities, plaatsing en peps.

Maar vooral hoe ik het moet voelen voor me, omdat het “altijd zo is geweest”, dat ik denk dat een korte break me helpt om er straks weer met veel plezier erin te kunnen storten.

Dus ik moet even mijn hoofd leeg maken. Afstand nemen. Compleet loslaten.

En terwijl ik dit schrijf in mijn nieuwe kantoortje, in ons nieuwe huis in deze nieuwe provincie, kijk ik naar buiten.

De regen komt werkelijk met bakken naar beneden en zal me in de nabije toekomst flink uit gaan dagen.

Want daar de meeste fietser rond deze periode weer naar binnen gaan, wil ik júist naar buiten gaan.

In de hoop dat mijn Mojo daar ligt, ergens verscholen in de heuveltjes rond Arnhem en Nijmegen. Of dat ik het zomaar ineens terug vind op een van de geweldig gladde brede fietspaden.

Want 1 ding is zeker. Ik ga niet wachten tot Mojo míj weer vindt!