Spullen gepakt, fiets gepoetst, op naar de tweede Boretti dit jaar.

IMG_05238 Weken geleden gaf ik me op voor de tweede Boretti dit jaar. Dit keer stonden er 165 kilometer op de planning en de nodige hoogtemeters. Ik was vol hoop en vooral zin om er voor te gaan trainen. Want dat was mijn eigenlijk doel. Keihard trainen om fit aan de start te staan.

Zo fit dat die 165 kilometer geen probleem zouden vormen en ik vol vertrouwen de rit zou rijden.

Genietend van het landschap en van een van de laatste ritjes in deze omgeving.

Ik had me voorgenomen om duurtrainingen te doen, afgewisseld met de nodige krachttraining, zowel op de spinfiets als sprintjes trekkend de viaducten op. Ik had er zin in.

En viel ik op een onwijs stomme manier van de bank, tegen de tafel en toen keihard op de grond. Zo stom dat ik dagenlang rond liep zonder mijn kleren normaal aan te kunnen trekken en alles deed pijn. Na de nodige koppigheid aan de kant te hebben gezet toch even naar de huisarts waar bleek dat ik een aantal ribben had gekneusd.

Dag training voor de Boretti en maar hopen dat ik in ieder geval nog een paar rondjes kon doen voordat ik van start zou moeten.

2 Weken geleden weer rustig op de fiets gaan zitten, maar erg van harte ging het niet. Vooral niet te snel, niet te veel bobbels en zorgen dat ik niet te diep adem moest halen. Wat een loser voelde ik me, terwijl de een na de ander neer ging in de Tour de France, opstapten en met gebroken botten honderden kilometers verder gingen.

En iedere keer dat je dacht, oh nou gaat het wat beter, maakte een onverwachte beweging abrupt korte metten met dat gevoel.

Met nog 2 weken op de teller advies gevraagd hoe ik het beste kon trainen. 1 Of 2 langere duurritten op laag niveau en wat meerdere korte hardere trainingen. Die hardere trainingen, tja, die heb ik niet gedaan.

Wel een lange rit afgelopen zondag en weer boven de 100 kilometer gegaan.

Nu loop ik dus al dagen met zenuwen in mijn buik. Ga ik die 165 kilometer wel halen?

En het stomme is, vorig jaar augustus toen ik net mijn fiets had, heb ik al een keer zo´n afstand gereden.

“Gewoon”. ´s Ochtends weg gereden en toen het lekker ging, doorgetrapt. Naar de 75 kilometer. Naar de 90. Nog 30 erbij. En tóch nog even dat extra rondje langs mijn kanaal erbij. Tot ik zomaar boven de 100 mijl uitkwam. En ik weet nog hoe ik me voelde toen, trots als een pauw en met nog energie om verder te gaan.

Ik geloof dat ik diezelfde avond nog ben gaan spinnen, om even “uit te trappen”.

Maar nu is het anders. Dit is een echte toertocht met honderden andere wielrenners op de weg. Met een officieel bordje met je startnummer aan je fiets. Net of het wat uitmaakt, maar toch.

Toen ik om raad vroeg 2 weken geleden om nog zo goed mogelijk voor de dag te kunnen komen, werd me de vraag gesteld. Wat is je doel met deze rit?

Ik viel even stil, want tja, wat is eigenlijk mijn doel? Toen ik me opgaf, was het vooral om ervoor te trainen en fitter te zijn.

Om mijn langste rit tot nu toe (162.9 kilometer in 6 uur en 46 minuten volgens Strava) te verbeteren.

Maar ik ben bang dat het nu vooral “over de finishlijn komen” is. Het liefst zonder helemaal kapot te gaan. Maar dat uitrijden is toch wel een dingetje.

Dus mijn Bulls staat al gepoetst en gesmeerd te wachten op ons volgende avontuur. Mijn kleren liggen klaar, extra energie in de zakjes en de Garmin geladen.

´Cause if it´s not on Strava, it didn´t happen…