Rapha Womens100 uitdaging

raphawomens100Sinds 25 juni heb ik een racefietsje. Een tweedehandsje gekocht op marktplaats van iemand hier in de buurt.

Ik liep al maanden te denken en twijfelen of het aanschaffen van een racefiets om langere afstanden te kunnen gaan fietsen en om meer duurtraining te gaan doen.

En eigenlijk op het moment dat ik had besloten maar gewoon door te sparen en pas volgend jaar een echt goede fiets te kopen, in plaats van een goedkope van de decathlon, kwam ik m´n Bulls Race Pro 600 tegen dus op markplaats.

En ik was meteen verkocht. Liefde op het eerste gezicht is misschien raar om te zeggen, zeker als je bedenkt dat ik nog nooit van m´n leven op een racefiets had gezeten, maar toch, zo voelde het wel.

Het was natuurlijk wel even wennen. Een compleet andere manier van zitten, ander zadel, en zo veel stijver dan m´n MTB-je. Maar meteen de eerste keer dat ik er op weg fietste wist ik het, … hier ga ik van genieten!

Het is nu bijna een maand dat we samen zijn en gisteren voor het eerst een 100K gereden, tijdens de Strava Rapha Womens100 Challenge, waar ruim 7000 vrouwen over de hele wereld aan meededen. Een ervan was ik dus, en ben er super trots op dat ik de rit heb uitgereden.

Van de week al een 75 km rit gereden om een beetje een idee te krijgen hoe het was om verder dan “het gebruikelijke” rondje te gaan, wat erbij komt kijken.

Ik wilde extra vroeg van start gegaan omdat het een warme dag zou gaan worden met kans op buien hier en daar, dus om 8 uur was ik al druk aan het trappen.

Op 20 kilometer, vol vertrouwen dat ik het ga halen, opgeven is geen optie meer!

De dag ervoor een mooie rit uitgezet, beginnend langs het kanaal van Lommel, van daaruit richting Achel, Leende, Geldrop, Nuenen, Lieshout, Son, Best, Oirschot en via Middelbeers en Eersel weer naar huis. Een rondje om Eindhoven heen dus van  totaal zo´n 110 kilometer.

En geloof me, die afstand is voor mij genoeg om verschillende stadia te doorlopen, van optimisme en puur genieten tot hard door moeten bijten en vechten tegen m´n lijf dat eigenlijk misschien wel liever op een terrasje met een Erdinger zit. (Of was dat gewoon mijn eigen wishful thinking!?)

Mijn mind gaat allemaal spelletjes spelen, kijkend op de kilometer teller… hoe ver ben ik al, hoever moet ik nog, 10% … 30% … een derde van de rit zit er op… nog 60 kilometer, op de helft.

Tot op een gegeven moment je gewoon doortrapt.

Omdat doortrappen de enige optie is.

Wat me opviel onderweg is de grote aantallen wielrenners, waarvan 99% man. Pas toen ik bijna thuis kwam, kwam ik eigenlijk een andere vrouw tegen op een racefiets! Jammer toch wel.

Een selfie op de fiets, gewoon omdat het kan

Op 30 kilometer kwam ik een wat oudere man tegen, die op me leek te wachten. Toen ik ´m voorbij wilde rijden begon hij tegen me te praten en dus zijn we een stukje samen verder gegaan.

Hij zat zelf ook op zijn 30 kilometer maar was rondjes aan het doen van 10 kilometer om zijn huis, zodat hij weer snel thuis zou zijn mocht het gaan regenen… “Dat is nogal wat, 100 kilometer”, zei hij toen ik had verteld dat ik pas 3-4 weken geleden begonnen was op de racefiets.

We reden nog een stuk verder tot onze wegen ons scheidden, waar hij me nog toeriep “Niet opgeven, gewoon lekker door fietsen, je doet het goed!”.

Met een smile op m´n gezicht ben ik inderdaad gewoon doorgereden, via Achel richting Leende, de Leenderheide over. Wow wat was dat mooi zeg! Rond 9 uur was het helemaal verlaten, het zonnetje scheen en al die natuur was voor mij alleen.

Op 66 kilometer reed ik langs de brug in Son. Son, waar ik ruim 18 jaar heb gewoond, ben opgegroeid. Het leek me een mooi iets om juist daar langs te rijden, tijdens deze uitdaging. Gewoon, omdat het kon. Omdat ik het kán.

Rond de 75 km leek het me een goed moment even te gaan zitten langs het kanaal.

Ik had immers dezelfde afstand afgelegd als een paar dagen eerder tijdens de “generale repetitie” en vanaf hier zou iedere kilometer die ik verder reed, m´n persoonlijke record verbreken.

Het ging eigenlijk beter dan ik had verwacht en voelde me nog redelijk fit. Ongelofelijk eigenlijk dat dit nu mogelijk is, terwijl ik nog geen half jaar geleden het al een hele opgave vond om van huis naar Eersel te fietsen om daar op een terrasje te gaan zitten.

Daar zat ik dan, met mn fietsje, nog een dikke 25 kilometer te gaan alsof het “niets” was. Compleet “out of my comfort zone” maar toch op een of andere manier op mn gemak, omdat ik wist dat ik dit kan.

De kilometers tikken verder weg terwijl ik door blijf trappen. Rond de 85 kilometer begint het zwaarder te gaan. Ik begin mijn benen te voelen, m´n achterwerk begint te protesteren op dat kleine zadeltje en ik moet af en toe even gaan verzitten, uit positie, in een poging me te strekken. Maar zo dicht bij huis kan ik niet meer opgeven.

Op 90 kilometer lijkt de strijd tegen mijn lijf officieel begonnen te zijn. Het trappen wordt zwaarder, mijn benen voelen aan als lood. Nog 10 kilometer om de uitdaging te volbrengen, nog 20 kilometer om thuis te komen …

Ik moét door. Bijtend. “Kom op zeg Mir, 100 km is voor watjes” Trap … trap … “wacht maar tot je dadelijk 200 wilt rijden, dan zul je voelen wat afzien is” … Ik zie de meters weg tikken … en een voor een gaan de laatste kilometers er aan.

En daar gebeurde het dan eindelijk, de teller stond op 100. Onwerkelijk.

Maar we moesten door, ik kon moeilijk daar aan de kant van de weg tussen Wintelre en Vessem blijven staan… nog 10 kilometer naar huis …

100 Kilometer had ik afgelegd in alle stilte, genietend van de natuur om me heen, rondkijkend en in mijn eigen gedachten verzonken.

Maar dit was toch wel hét moment om de Foo Fighters om hulp te vragen,… “Everlong” moedigde me aan, gevolgd door “The Pretender” die er voor zorgen nog even keihard er voor te gaan… En op de tonen van “Walk” dan eindelijk de laatste kilometers tot aan huis… weer een uitdaging aangegaan en overwonnen!

I’m learning to walk again
I believe I’ve waited long enough