Opmerkingen steken soms harder dan je denkt

68a739c864dfe41365ffeaa9198efba0Af en toe zijn er van die opmerkingen die onverwacht maar vooral hard aankomen. Ze hoeven niet eens van mensen te komen die je goed kent.

Volgens mij is het juist vaak zo dat dit soort opmerkingen van vreemden nog harder aankomen, omdat die niet met “goede bedoelingen” gemaakt zijn.

Maar ze blijven hangen.

Gaan hun eigen leven leiden.

In je hoofd zitten.

Terwijl je er eigenlijk niets om zou moeten geven, doe je dat toch.

Misschien omdat het een bevestiging was van iets waar je zelf al over zat te frustreren. Of waar je jezelf druk over maakte. Het steekt dat iemand iets vervelends zegt, terwijl het zo makkelijk is om gewoon je mond dicht te houden.

Afgelopen weekend tijdens de AGR rit gebeurde het me.

Ik was volop aan het genieten. Van de sfeer. Al die fanatiekelingen om me heen. De geweldig mooie fietsen waar ik alleen maar likkenbaardend naar kon kijken. Het landschap, het uitstekende gezelschap. En het ging lekker. Beter dan vorige keren dat we daar hadden gefietst plus het was ook nog eens lekker weer.

Mijn humeur kon niet meer kapot. Dacht ik.

Tot ik halverwege de Fromberg links de Scheumerweg in draaide en ik achter een groepje kwam te zitten. Nogal hijgend ja, want ik was in de aanloop al een behoorlijk aantal fietsers voorbij gegaan. De vrouw voor me maakte een opmerking tegen “haar groepje mannen” over mijn gehijg (“nou zeg, lijkt wel of er een stoomtrein achter ons hangt“) en die opmerking kwam echt kei hard aan.

Het stak me gewoon diep.

Zo onverwachts, dat ik het even bijna niet kon geloven dat iemand zoiets zou zeggen. Waarom? Mijn ongeloof en trieste kwaadheid (ken je dat? dat je je van binnen kwaad maakt van verdriet en/of onmacht?) zette me aan er nog een schepje bovenop te doen en ook dát groepje gewoon voorbij te gaan. Met mijn gehijg.

“Steek dat in je reet, onbeschofte fietsvrouw die anderen onnodig zo maar afkraakt!” (dat dacht ik in mezelf… maar misschien had ik het gewoon moeten zeggen)

Kan het wel zijn dat ik kei hard hijgend die berg op ga, ik ga mooi wel sneller omhoog dan jij!

Maar die opmerking heeft me dus echt kilometers daarna nog dwars gezeten.

Belachelijk eigenlijk, want de enige die ik er mee heb, ben ik mezelf natuurlijk. Die vrouw zal het zich vast niet eens meer herinneren. Het waarschijnlijk niet eens zo bedoeld hebben. Whatever.

De reden echter dat het mij zo dwars zit, is dat dat hijgen voor mij een soort schaamte met zich mee brengt. Voor mij is het altijd een teken geweest van het hebben van een slechte conditie.

Als we heuveltje op liepen ergens tijdens onze citytripjes, en ik halverwege even op adem moest komen terwijl iedereen om me heen gewoon doorliep, voelde ik me beschaamd. Klein en vet.

En nu nog, zelfs al kan ik 8 uur spinnen achter elkaar en mijn conditie vele malen beter is dan ooit, schaam ik me dood als ik druk puffend en steunend een bergje op ga of hijgend probeer te trainen op snelheid en korte versnellingen.

Hardstikke stom van mezelf natuurlijk, want uiteindelijk probeer ík er wel iets aan te doen. Uiteindelijk ben ik bezig mijn conditie te verbeteren, juist door mezelf te pushen. Logisch dat je dan hijgt en puft en steunt en kreunt.

Maar als je dan een onbekend persoon hoort zeggen dat je wel een hijgende stoomtrein lijkt en niet op een goede manier… tja, dan doet dat vreselijk zeer.

Ik zou er boven moeten staan inmiddels, maar dat doe ik duidelijk nog niet.

Ik zou ook niet weten hoe ik me er tegen zou moeten wapenen, want dit soort opmerkingen komen vaak juist op die momenten dat je alle beschermlagen om je heen hebt verwijderd en je je goed voelt.

Nu een paar dagen later, denk ik er nog steeds aan. Vandaar ook dat ik het nu hier op schrijf, want ik weet zeker dat ik niet de enige ben die dit gebeurt. Door het hier te delen, probeer ik er afstand van te nemen.

En het ritje dat ik zo ga maken op de fiets, hijgend en wel,  zal hoogstwaarschijnlijk de laatste restjes uit mijn hoofd vegen, zodat ik me weer lekker kan richten op positieve dingen 😉