Wat ik leerde van de Amstel Gold Race training

encouragersGisteren stond er weer een trainingsrondje op het programma voor de Amstel Gold. Nog iets minder dan een week en dan mogen we van start.

Het officiële emailtje met alle belangrijke informatie is al binnen, samen met onze startnummers.

Nummer zeventienduizend nog wat…. dus dat wordt een super drukke dag.

Ik begin ook steeds zenuwachtiger te worden. De allereerste toerrit en dan zo´n massale uitgezocht. Het gaat een drukte van jewelste worden op die kleine kronkel weggetjes in Limburg.

Allerlei verschillende soorten mensen. Doorgewinterde fietsers die al jaren meedoen. Mensen die van over de hele wereld reizen om mee te kunnen doen. Omdat de Amstel Gold Race op hun Bike-it list staat.

Maar ook mensen zoals ik, die nog maar net bezig zijn. En mensen die in een gekke bui dachten dat de Amstel Gold wel een grappig evenement zou zijn om de tourrit-ontmaagding mee te maken.

OMG what was I thinking?!

Gelukkig heb ik toentertijd mijn maatje over kunnen halen om mee te gaan, want eigenlijk vind ik het nu doodeng worden!

Op youtube heb ik al een paar filmpjes kunnen bekijken om beetje een idee te krijgen wat we kunnen verwachten. En als ik dan zie hoe druk het inderdaad is, begint het behoorlijk te kriebelen.

Een kleine sfeerimpressie:

 

 

Nou moet ik er natuurlijk meteen bij zeggen, dat we niet de Camerig op hoeven. En al helemaal niet de Kruisberg of Keutenberg. Maar we moeten wel bergen op. Die voor ons misschien net zo moeilijk zijn als die andere bergen voor ervaren fietsers in vorm.

Gisteren heb ik echter iets heel belangrijks geleerd. Ik spiegel mezelf namelijk altijd met anderen. Vooral met mensen die al veel verder zijn. Veel beter. Veel sneller. Veel ervarener. Lichter. Slanker. Fitter. In shape.

En al kan dat zeker een sterk motiverende factor hebben, er zit ook iets destructiefs in.

Want het wordt dan namelijk heel erg makkelijk om jezelf naar beneden te praten. Te gaan geloven dat hetgeen je zelf doet niets voorstelt. Dat je niet goed genoeg bent. Niet snel genoeg. Het nooit zal kunnen. Want waar ben je in hemelsnaam mee bezig, wat denk je wel…

Goed, ik was me dus gisteren aan het voorbereiden, nog even snel de route uit aan het printen die we gingen rijden (60+ kilometer, eindigend op de Cauberg), en de gpx file op mijn garmin aan het zetten. Ondertussen zat ik even op Facebook te bladeren, fotootje te posten en berichtje te lezen in een vrouwenfietsgroepje dat toevallig over de Amstel Gold ging.

De vraag was wie er van die groep aan de AGR mee deed en al snel ging het natuurlijk over welke afstand.  Wij gaan dus lekker de allerkortste afstand doen, maar er waren meiden die dus “gewoon” voor de volle 240 kilometer gingen.

WOW!! Wat gaaf zeg, ooit wil ik dat ook kúnnen! 240 Kilometer. Gewoon, niet als straf of zo, maar omdat je daar voor gaat. Omdat je het aan kan. Omdat je daar voor hebt getraind en al die kilometers al dubbel en dwars in je benen hebt zitten. Daar heb ik dan vreselijk veel respect voor, zeker na afgelopen weken.

En dan voel je je ineens heel even, met je “maar 60 plus kilometertjes” klein. Zelfs een beetje overdreven dat je daar weken op een stuk de fietsen bovenop de auto voor gooit om naar het zuiden te rijden om te oefenen.

Want 60 kilometer is zo voorbij. Als je het heel snel zegt stelt het niet veel voor. Dus dan ga je hetgeen je zelf doet in een ander licht zien. Zeker als er dan nog een opmerking voorbij komt over de massaliteit van het gebeuren en het groot aantal mensen dat net voor je neus stopt omdat het heuveltje nét iets te machtig is.

Maar voor ons, voor mij in ieder geval, stelt het heel veel voor. Iedere keer weer, als ik toch boven kom, heb ik iets overwonnen.

Daar waar ik vroeger baalde als ik boven iets was vergeten en wéér de trap omhoog moest lopen (maar liefst 12 treden) zie ik nu ieder bergje als een uitdaging, ieder klimmetje als een stap naar een betere conditie, een beter gevoel.

En hoe meer we oefenen, hoe meer ik wíl oefenen. Want áls het dan ineens lekker gaat en je “ineens” op de pedalen staat om naar boven te trappen, is het gevoel dat binnenstroomt totaal alles overweldigend.

Optimistisch was ik van start gegaan in een korte broek gisteren, maar het was koud. De dikke wolkenlaag liet de zon maar niet doorbreken en het was niet erg prettig zo. Mijn beenstukken lagen in de auto, naast mijn jack… Gewoon stom vergeten, afgeleid door de gedachte aan de Cauberg.

Zodra we gaan klimmen zou ik het wel warm krijgen, maar dat viel vies tegen. Met kippenvel zat ik op de fiets, dromend van mijn overschoenen en winterhandschoenen.

De eerste berg was een lange, ruim 4 kilometer rustig omhoog. Het viel eigenlijk wel goed mee. De volgende 30 kilometer stond er niets in vetgedrukte lettters, dus dat betekende verder geen “bergen”.

Wel heuveltjes, maar voor ons waren dat toch bergen. En ik voelde goed dat ik de dag ervoor te fanatiek een rondje thuis had gedaan, mijn benen liepen sneller vol dan normaal. Pas de laatste 15 kilometer zou het écht zwaarder worden.

Met de Fromberg en de Koulenbergsweg.

De Fromberg was eigenlijk goed te doen, 1,6 kilometer, gemiddeld 3,6% en een paar pieken tegen de 8%. Stug doortrappen en dan kom je er wel. Ik had ´m al op youtube opgezocht, maar als je er dan echt aan begint zelf, is het ineens anders.

Plus we dachten dat het eigenlijk afgelopen was op het moment dat we naar rechts een andere weg in sloegen. Zo, die Fromberg hadden we in da pocket!

Mooi niet dus …. want hij gaat daarna nog een stukkie door. En als je dan op een gegeven moment naar links moet, zie je nog lekker een stukje omhoog voor je liggen. Wat een veraderlijk ding zeg!

 

(Op een of andere manier is het nu een soort van geruststelling geworden mensen met de fiets in de hand te zien lopen. )

profiel van de Fromberg met dank aan klimtijd.nl

profiel van de Fromberg met dank aan klimtijd.nl

 

IMG_7144Een aantal kilometer verderop lag de Koulenbergsweg. Een klein smal straatje met aan weerszijden veel begroeiing. In eerste instantie zie je niet hoe steil hij is. Pas als je een bochtje doorkomt, ligt ie voor je.

Uitdagend. Gevaarlijk plagend en indrukwekkend.

En hoe langer ik er naar keek, hoe erger het werd. Ik zag al hoe het er over een dikke week uit zou gaan zien. Druk. Vol. Vechtend om een vrije meter en dan óók nog omhoog. Ik zag levendig mensen over elkaar heen vallen, fietswielen in de rondte gaan, klikschoenen die niet loskwamen.

En ik sloeg volledig vast.

Het is maar een kort klimmetje… Iets over de 600 meter, maar hoe verder je komt, hoe steiler het wordt.

En als je dan stilvalt, is het over. Dan kun je niet even afstappen en erna weer terug op je fiets. Dan is het voor mij gewoon lopend verder, want opnieuw opstarten is me nog totaal onmogelijk.

Dus woensdag gaan we proberen weer wat verder te komen, nieuwe ronde nieuwe kansen!

 

profiel van de Koulenberg met dank aan klimtijd.nl

profiel van de Koulenberg met dank aan klimtijd.nl

 

We dachten dat er na de Koulenberg eigenlijk alleen nog (wahaha “alleen nog”) de Cauberg op het programma stond. Gezien de tijd en de belabberde staat van onze benen besloten we de Cauberg te laten voor de Cauberg en gewoon de rit af te fietsen tot in Valkenburg, even wat te eten en dan naar huis te gaan.

Het liep al in de namiddag en we zaten er allebei behoorlijk doorheen.

Vlakbij Valkenburg stond er nog een klein detourtje op het papier, over de Sibbergrubbe. In mijn hoofd klonk dat net zo mooi als de “Zauberflöte”. En om toch zoveel mogelijk van de rit te rijden, leek het mooit die ook nog even mee te pikken. Het stond immers niet in zwart aangegeven, dus veel zou het niet voorstellen…

sibbergrubbe

profiel van de Sibbergrubbe met dank aan klimtijd.nl

 

Mooi was het zeker, zo door het bos. Soepeltjes omhoog tot je begint te merken dat het steeds een beetje steiler wordt, natuurlijk. Na ruim 55 kilometer in de beentjes was dat toch nog een behoorlijk pittige en onverwachte klim, dus eigenlijk wel fijn dat we nu weten dat ie gaat komen.

Volgende week gaan we dus voor onze laatste training. Een korter rondje, met meer bergjes. Ook die Cauberg. Die beroemde befaamde beruchte Cauberg.

 

profiel van de cauberg met dank aan klimtijd.nl

profiel van de cauberg met dank aan klimtijd.nl

 

Die Cauberg, waarvan het profiel in het rood gaat, nog erger dan de Koulenbergsweg dus. Weken zo niet maanden loop ik al over de Cauberg te denken. Eigenlijk sinds de allereerste keer dat we in Limburg een rondje deden. Want ik had al het een en ander rondgekeken qua profielen en vergeleken met wat ik vorig jaar in Frankrijk had gedaan.

Ik weet dat de Cauberg voor mij, op dit moment, te veel zal zijn. Boven de 8-9% kan ik niet meer doortrappen. Ben ik gewoon niet sterk genoeg. Dan speelt dat overgewicht een té zware druk en krijg ik het niet meer voor elkaar.

En daar schaam ik me kapot voor.

Dat ik gewoon nog niet zo ver ben dat het geen rol meer speelt. Want over 9 dagen is die Amstel Gold Race en ik weet dat de realiteit gewoon is, dat er een stuk gelopen moet worden. Het stuk waar waarschijnlijk de meeste mensen staan te kijken langs de weg.

En de hele tijd dat ik aan die Cauberg dacht, maar vooral aan die mensen langs de weg, die me zien lopen omdat ik het fietsend niet kan, sprongen de tranen in mijn ogen.

Van schaamte en verdriet. Allerlei commentaren van heel lang geleden steken door me heen. Dat ik het niet kán. Zie je wel, je moet lopen, na-na-na-na-na-naaah. Want je bent te dik. Te zwaar. Nutteloos. Stom.

Dus die Cauberg begon een behoorlijk dingetje te worden.

Een echte beer op de weg. En tja, ik ben nou eenmaal geen postbode…

 

Maar gisteren, tijdens het fietsen heb ik behoorlijk na kunnen denken. Over schaamte. Over herinneringen waar ik verdrietig van word. Over de opmerkingen op Facebook. Over mensen die maar liefst 4 keer onze afstand gaan fietsen in 1 keer, met veel zwaardere klimmen. De videootjes op youtube. De gedachte aan al die mensen langs de kant.Alles liep door elkaar.

En ik heb iets geleerd. Iets heel belangrijks.

Namelijk dat ik zoveel verder ben dan vorig jaar. Dat ik zoveel meer kan dan ooit tevoren. Dat ik actie heb ondernomen en beslist dat het zo niet verder kon. Dat ik nu geniet van iedere kilometer op de fiets, ook al ga ik af en toe kapot. Ook al verzuren mijn benen en doet mijn kont zeer.  Dat die klimmetjes me sterker maken. Maar vooral dat ik mezelf vergeef.

Het verleden kan ik niet meer veranderen, dus ik heb er niets aan om me continue naar beneden te praten door dingen die zijn blijven hangen en waar ik nu niets meer aan kan veranderen.

 

Uiteindelijk is het feit DAT ik dit nu wel doe,

het ENIGE dat telt

 

Mezelf spiegelen aan wat anderen doen en kunnen heeft geen zin. Want er zullen altijd mensen zijn die beter of sneller zijn dan ik. Maar dat wil niet automatisch zeggen dat ik slecht ben, of het niet waard. Ik ben beter dan vorig jaar. Sneller dan vorig jaar. Veel sterker. Omdat ik al die tijd er voor ben gegaan. Heb doorgezet. Doorgetrapt. Doorgespint.

En zelfs na het niet te zien zitten, toch weer de draad opgepikt. Want ik wil mezelf verbeteren, een betere versie zijn dan vorig jaar.

Ik wil het beste in mezelf naar boven halen. Mezelf testen en kijken waar ik uit kan komen.

Dus waarom zou ik er nu mee stoppen omdat ik toevallig nog niet zo ver ben als ik had willen zijn?

En al die mensen langs de weg op de Cauberg? Wie weet dromen die er wel van om dáár te lopen waar ik dan loop, met opgeven hoofd, rood en bezweet. Met mijn Bullsje in de hand, trots op mezelf omdat ik dan bijna bij de finish ben, samen met mijn maatje.