Classico Boretti Herentals Century Ride

Daar stond ik dan, klokslag 7 uur bij de start. Zenuwen, spanning, twijfels.

Het was niet het “hier heb ik voor getraind, dit kán ik” gevoel waar ik op had gehoopt. Eerder een “mijn hemel waar ga ik aan beginnen”, dat continue door mijn hoofd galmde.

Maar ik had het in mijn kop gehaald vandaag een century-ride te doen (100 mijl) dus ik zou er voor gaan.

Mijn man zou in geval van nood als bezemwagen fungeren mocht het zijn dat het écht niet ging. Dat wilde ik natuurlijk ten alle tijden voorkomen…

De eerste kilometers gingen langs “mijn kanaal” (alleen dan op een andere plek) en het was fris.

Je zag de dampen opstijgen uit het kanaal en even schoot het door mijn hoofd dat als het goed ging, ik misschien dat stukje nog wel een keer zou rijden, op weg naar huis. “Zorg nou maar eerst dat je die 165 haalt, tutje…”

165 Kilometer in mijn eentje.

Niemand die me uit de wind kon houden, niemand voor me om bij in het wiel te gaan zitten.

Want het was rustig. Tijdens de hele rit heb ik niet eens veel mensen gezien. Af en toe groepjes die me keihard voorbij kwamen knallen, waardoor ik even kon genieten van dat heerlijke geluidje van die peperdure fietsen. Natuurlijk ook wat meer mensen gezien op de enige kuitenbijter van de rit, maar die komt over een dikke honderd kilometer pas aan de beurt. En de bevoorradingplekken die gelukkig perfect verzorgd waren.

Daar konden ze in Nederland nog wat van leren!

Het leek wel of er helemaal geen Boretti was in de Belgische Kempen, op de pijltjes na dan die aangaven waar heen.

Rust dus.

Rust proberen te krijgen in mijn kop ook.

De eerste 30 kilometer gingen lekker. Té lekker en de eerste bevoorradingspost kwam dan ook bijna als een verrassing. Nu al?

Snel mijn bidonnen vullen en een banaantje erin. Ik had de nodige gelletjes, reepjes en energy shots al bij me voor het geval dat. Het zonnetje scheen en het begon al goed op te warmen. Wist dat drinken vandaag het belangrijkst zou gaan worden, dus nam nog een extra bekertje sportdrank en terug de weg op.

Een stukje verder kreeg ik de keuze tussen de 65 kilometer en de 110/165. Ik grinnikte even in mezelf en koos voor de langere ritten.

Rond de 60 kilometer begon het te knagen. Weer die “waar ben ik in hemelsnaam aan begonnen” en “de eerste 80 worden het zwaarst, daarna gaat het weer meer naar beneden”, (dacht ik) gevolgd door “wat wil je nou eigenlijk bereiken Mir?”.

Het begon nog warmer te worden.

Proberen te genieten van de omgeving. Van de fiets. Van het moment. Vooral ook genieten omdat ik het toch maar mooi doe. Was het dat?

Was dat de reden om mee te doen? Mezelf laten zien dat ik het kan? We hadden nu ook al op weg kunnen zijn naar Frankrijk, om nog even een weekje vakantie te pakken voor alle drukte rondom de verhuizing zou gaan beginnen. Maar ik moest weer zo nodig op die fiets.

De bidonnen gingen snel leeg. Die zon deed goed zijn best ook. De zweetdruppels op mijn gezicht begonnen steeds zouter te smaken. Weer een bevoorradingspost, het leek of het allemaal sneller ging dan verwacht. Ik zat bijna op de 65 Kilometer.

De splitsing nu tussen de 110 kilometer en de 165 … de “extra lus”. Ik voelde me eigenlijk best goed. Maar de keuze was tussen 110 makkelijk uitrijden of toch nét even dat stukje pushen bij de 165.

“Even” er doorheen gaan.

20501_850462741676018_5287657026672520663_nLinksaf dan maar, “U kiest route 165KM”.

Kiezen. Ik kies route 165KM

Doortrappen en ritme houden.

Het lijkt wel of ik continue minstens op vals plat zit. Mijn bovenbenen beginnen het te voelen en dat terwijl ik nog een dikke 90 kilometer te gaan heb. Nog warmer.

Weer die vragen in mijn hoofd, waarom… waarom?

Wat wil ik toch bereiken?

In het voortraject vroeg iemand me wat ik wilde. Wat mijn doel was met deze rit. Ik dacht terug aan vorig jaar, toen ik net mijn fietsje had gekocht. Mountainbiken was grappig, maar ik wilde meer duurtraining gaan doen. Toen ik mijn Bullsje net had, genoot ik van die vrijheid om ineens “zomaar” vele kilometers weg te trappen. Nieuwe plekken, andere omgeving. Niet meer lopen stressen als ik ergens verkeerd was gereden en thuis 10 kilometer verder was, want die afstand maakte niet meer zoveel uit. Ik kon het gewoon.

En ja, dat je makkelijk wat sneller gaat dan op de mountainbike is leuk, maar eigenlijk heb ik me nooit gefocust op sneller fietsen. Eerder op makkelijker, soepeler en verder.

En hoe makkelijker dat ging, hoe meer ik begon te dromen van dubbele centuries en andere waanzinnig lange ritten.

Misschien is het mezelf inderdaad bewijzen dat ik meer kan dan ik dacht. En door verder te gaan, een soort van continue uitdaging.

Het begon nu echt warm te worden. Later zou Strava aangeven dat het 34 graden was geweest.

Ik had het stikheet en mijn bidons waren weer leeg. Probeerde me te herinneren op hoeveel kilometer de derde bevoorraadingspost zou zijn. Want die was er toch wel? Was ik er voorbij gereden?

Doortrappen, verder gaan. Het zweet pikte in mijn ogen. Mijn armen glinsterden en ik had dorst. Zou ik gewoon bij iemand aanbellen en om water vragen? De wegen door de graanvelden waren compleet verlaten. Je zag ook niet waar je heen ging, of je omhoog moest of even lekker naar beneden kon zoeven.

Daar was dan toch eindelijk die bevoorrading. Bidons vullen, een paar bekertjes drinken en weer terug op de fiets.

Dit keer naar rechts… de “110” route volgen naar huis. Ik begin meer wielrenners te zien.

125 Kilometer op de teller… Door een bos de bocht om en ineens gaat de weg omhoog.

De Wijndries klim. Zeker een mooi klimmetje, 400 meter, gemiddeld 8% en een max van 14. Ik zie een paar mensen voor me afstappen. Nog even trap ik door in de hoop omhoog te komen. Ik wil terugschakelen (te laat) maar krijg ´m niet meer op het kleine blad.

Te zwaar (ik) en te veel kilometers in de benen om nog kracht genoeg te zetten. Ach ja, als ik maar thuiskom. Zwaar hijgend stap ik dan ook maar af en ga snel uit de weg. Vandaag effe niet. Bovenaan zie ik iemand naar beneden kijken, waarschijnlijk wachtend op zijn fietsmaatjes.

Met een big smile voel ik me bekeken. Als ik boven ben lacht ie me toe “Joh, als je de Amstel Gold aankan, dan is dit toch een makkie?” Ik had mijn AGR broek aan… die heeft de fijnste zeem en met zo´n afstand is een goede zeem geen overbodige luxe.

“Op 125 kilometer is dit me nu effe te veel” antwoord ik.

Ik zie m even denken, … “Doe je de lange afstand dan?”

“Ja jij toch ook zeker?”

Stilte …

Behalve mijn gehijg dan.

Ik stap weer op en rij rustig verder. Mijn ademhaling weer onder controle krijgen terwijl ik voor de laatste 40 kilometer ga.

Nog 40,…. nog 38…. nog 36… het aftellen begint. Ik begin allerlei titels te bedenken voor deze rit op Strava. 34 Kilometer nog, 31, 30… kasseien… “schat, dat wordt even een paar dagen geen seks” lijkt me wel een goede. Ik hou mijn tanden goed op elkaar terwijl mijn fiets over de stenen buldert. Gelukkig is het maar een kort strookje, maar ik ben meteen weer compleet bij mijn positieven.

Alles lijkt wel los getrild te worden.

In mijn hoofd begin ik te zingen. “Till now I always got by on my own, I never really cared until I met you, And now it chills me to the bone, How do I get you alone, alone, alone, alone”

Doortrappen… nog een uurtje en dan ben je in Herentals terug.

Ik stop even om mijn man te bellen en te laten weten dat ik aan de laatste 25 kilometer begin. Die extra 40 kilometer naar huis is vandaag een stap te ver. Ik ben kapot, moe, heet, en het liefst zou ik nu al in de auto stappen.

Gelukkig is dat dipmomentje een paar kilometer later weer over. En ineens ben ik weer bij “het kanaal”.

Dat betekent dat er nog een paar kilometers te gaan zijn voor ik de Grote Markt op kan rijden. Een man voor me heeft het volgens mij ook zwaar. Ik herken dat verzitten, zoeken naar een comfortabelere houding. Tis ook echt een pokkeneind eigenlijk.

En toch… onder die boog door is wel even een momentje hoor.

“Aankomst”. Die zit in “da pocket”, 165 kilometer. Op mijn laatste tandvlees maar toch maar mooi binnen.